|
1. Materiaal
Hou uw kleding, footwear en ander materiaal proper en
zo gaaf mogelijk. Probeer kleding en sokken regelmatig te wassen en tracht kleding en schoenen
indien mogelijk droog te houden.
Repareer elke scheur in textiel onmiddellijk. Je materiaal krijgt rake klappen in de jungle, draag er dus extra zorg voor.
Is je materiaal kapot of verloren gegaan, dan zakken je overlevingskansen
proportioneel.
1.1. Kleding
Hou er rekening mee dat in de jungle kleding binnen de korste keren aan
flarden gereten wordt.
Opteer voor gedragen maar nog degelijke kleding i.p.v. jezelf spiksplinternieuwe
outfits te kopen; dit is een beetje zonde van het geld.
Selecteer kleding op basis van het feit dat je de ganse dag kletsnat zult
rondlopen:
1. door de hele dag te zweten - vooral als je door secondary forest reist
2. door de vochtigheidsgraad en de regelmatige stortbuien
's Nachts daalt de temperatuur aanzienlijk, dus het is best voor het donker
wordt - en jongens, het wordt snel donker - dat je voorzien bent van droge kleding.
Daar de luxe van het hebben van een set droge reservekleding je niet altijd
gegund is, dien je ervoor te zorgen dat je je kleding zelf droogt. Neem die moeite, zelfs in een tropisch regenwoud kun je hypothermia
(onderkoeling) of zelf longonsteking op je hals halen als je niet oppast.
Nodeloos erop te wijzen dat beide zaken letterlijk je nek kunnen kosten.
Als textiel is het best te kiezen voor een katoen / synthetische mengeling. Dit lichtgewicht
materiaal houd vocht voldoende vast (vochtige kledij beperkt het zweten) maar droogt toch
snel genoeg voor comfort.
Lichtere kleuren genieten de voorkeur over
donkere. Nadeel is dat lichtere kleren lastiger zijn om te proper te
houden. Zo opteerden wij voor onze tocht voor een groene broek met een kakhi
hemd.
Werkte goed maar denk er wel aan dat die combinatie je snel onzichtbaar maakt in de ondergroeing;
als je de aandacht van bv. SAR (search and rescue) teams wil trekken is dit
dus niet het geschikte ensemble.
Kies kleding met veel zakken die je kan dichtknopen.
Deze zijn zeer handig als je onderweg iets vindt dat je kunt gebruiken later
(bv. eetbare planten...)
Onderweg draag je het best een enkel knopenhemd met lange mouwen.
Een katoenen t-shirt werkt ook maar je mist wel de mogelijkheid om
(tijdelijk) je armen te bedekken (regenbuien, insectenaanvallen, doornen...).
Tevens door de hemdsknopen los of vast te maken, kan je een betere
ventilatie bereiken.
Tijdens langere stops, en zeker 's nachts, is het aangenaam - als dit een
mogelijkheid is - een tweede laag van hetzelfde materiaal te aan te trekken.
De broek moet uit hetzelfde voornoemde materiaal gemaakt zijn, maar dan wel van stevigere snit.
Elastieken aan de broekspijpen moeten goed aansluiten rond de enkel en schoensel
maar mogen je beweging niet hinderen.
Alle kledij wordt los gedragen voor goede ventilatie en vlotte
bewegingsvrijheid.
Voor de liefhebbers van strings en dergelijke, helaas, de jungle is niet de
plaats om uw Calvin Klein collectie te showen.
Te strak ondergoed is ginder wreed ambetant; eens nat en klammig schuurt het als
zot en wordt het tot een broeikas voor diverse ongewenste gasten.
Tenzij U heel de tijd niets anders dan aan uw gat wil krabben, laat U
best uw designer shorts gewoon thuis.
1.2. Footwear
Schoensel (schoenen en sokken) zijn in een jungle van enorm belang:
je voeten zijn constant ongedompeld in modder, drekkig water, zweet... elke
wondje of blaar infecteert onmiddellijk. Schimmels zijn ginder dan ook een reëel gevaar.
Een goede voorzorg is je voeten, sokken en schoenen elke dag te wassen en regelmatig te drogen.
Ga voor de kwaliteitssok die ervoor zorgt dat vocht weg van de voet geleid
wordt. Katoenen sokken die het vocht vasthouden zijn uit den boze.
Als je de mogelijkheid hebt, neem dan een extra paar sokken mee.
De lokale Malaysische gidsen prefereren rubberen regenlaarzen en zelfs rubberen voetbalschoenen boven commerciële trekking bottines.
De laarzen zijn waterdicht, houden modder en bloedzuigers buiten en zijn
verrassend snel droog.
Keerzijde is dat ze het zweet binnenhouden, maar wat je ook doet, je voeten
zullen toch constant nat zijn; ofwel van zweet, doorwaden van rivieren, beken en
moerassig terrein.
Zelf de beste jungle boots bieden hier geen soelaas.
Het grootste minpunt is dat de laarzen niet de stabiliteit en tractie van een
stevige wandelschoen biedt, zo voor onze tere voetjes zijn deze botten een
rechte weg naar blaren.
Ik ondervond veel plezier van commerciële (high top) jungle
boots, op één opmerking na: de drainagegaten aan de zijkanten raakten zeer
snel verstopt met modder en ik werd gedwongen het metalen gaas te doorprikken.
Wees voorzichtig met het maken van de gaten, te grote gaten zijn zeer uitnodigend
voor uw nieuwe vriendjes, de bloedzuigers!
Als je op pad trekt, zorg ervoor dat je schoenen (en vooral leder) goed
ingevet worden - vooral de naden.
De jungle vreet letterlijk aan je schoenen.
1.3. Hoofddeksels
Hou het hoofd koel en beschermd tegen zon, regen, wind en kou.
Draag een baseball pet, boonie hat of andere degelijk hoofddeksel.
Een sjerp, gedragen rond de nek of als bandana, is ook nuttig.
En met een beetje vindingrijkheid kun je redelijk wat nut vinden van deze
kleine zaken.
1.4. Scherp spul
Kijk eens rond wat de lokale bevolking gebruikt, zij weten welk materiaal het
beste werkt in hun achtertuin. Met een goed zakmes kom je in onze contreien
ver genoeg maar is in de jungle zeer
beperkt in mogelijkheden. We ondervonden dat de Parang (de Malaysische machete) zeer practisch was voor
zowel een weg door de bush te kappen alsook voor het delicate precisiewerk.
Van alles wat je meesleurt, de Parang (of ander mes) is je levenslijn.
Draag er dus zeer grote zorg voor, ga nooit ergens heen zonder het bij je op de
man te dragen, zelfs niet als je zelf naar het toilet moet, en vooral verlies
het niet!
Hou het scherp, dit maakt het gebruik veiliger, botte messen veroorzaken meer
ongelukken dan scherpe.
Het lemmet van een machete kan ingedeeld worden in drie zones, elk met een
specifiek doel:
* De zone dichts bij het heft wordt gebruikt voor delicaat snijwerk - het lemmet
dient hier zeer scherp te zijn.
* Het middelste deel is geschikt voor het zwaardere hakwerk, zoals vegetatie
verwijderen, brandhout te kappen - houd de snede scherp maar niet te scherp
zodat het weer te snel bot wordt.
* Het punt moet weerom scherp zijn.
Leer in
ieder geval veilig met de machete te werken!
1.5. Divers spul
Ander materiaal zoals poncho's,
mosquitennetten, hangmatten, tenten ... werden
door ons niet gebruikt, dus hierover kan ik niet uit persoonlijk ondervinding kan spreken.
De lokale gidsen zien echter niet veel nut in het
meesleuren van veel "modern" en "space-age" materiaal. Zo vinden zij een poncho maar niks.
Het is niet practisch als regenkledij: tropische stortbuien komen zo onverwachts
en met zo'n intensitiveit dat je niet eens de tijd hebt om je poncho aan te
trekken vooraleer je kletsnat bent en lukt het je toch, dan wordt je alsnog
kloddernat van je eigen zweet dat gevangen zit onder het zeil. Je kunt de poncho gebruiken als dek- of
grondzeil maar door zijn afmetingen en vorm is het eerder beperkt in die zin.
De gidsen argumenteren dat als je toch iets van die aard wil meesleuren, je dan
best een stevig stuk plastic zeil kiest.
Mosquitoes zijn niet zo overvloedig aanwezig als
men zou denken.
Blijf je weg uit moerassen of mangrovebossen, dan zul je ze niet ze niet
aantreffen.
De larven hebben stagnerend water nodig om tot groei te komen.
Daarom zijn plaatsen waar er menselijke activiteit is (vooral bewoning onder
slechte hygiënische omstandigheden) een groter gevaar; kleine poeltjes in
weggeworpen plastieke verpakking zijn ideale broedplaatsen!
In ieder geval controleer voor je vertrekt of
je bestemming malaria, knekelkoorts of andere mosquito verbonden ziekten kent.
Indien ja, is het nuttig een klamboe of mosquitoenet mee te brengen.
Een hangmap kan dan weer wel een handig
itemmetje zijn om mee te brengen; te gebruiken als slaapmateriaal, vissen en
trapping.
Een tent meesleuren is compleet idioot,
tenzij je in de bush wil genieten van een goed stoombad.
2. Acclimatizeer - als je
mogelijkheid hebt
Als je de mogelijkheid hebt, neem tijd om de
gevolgen van je reis (jetlag, hobbelige verplaatsingen, "nieuwe
lucht"...) te verteren. Voor ons Europeanen duurt het ongeveer 3
dagen om onze nieuwe omgeving gewoon te worden (leren te zweten, te ademen, te
bewegen, zei ik "leren te zweten" al?).
Acclimatizeer je zo dicht mogelijk bij het
gebied van je tocht. Denk eraan, jungle trekking, zeker deze in
bergachtig gebied, is zeer veeleisend.
Maak in het begin kleine tripjes vooraleer aan het grote werk te beginnen.
Dit zal je helpen gewoon te worden aan de
geur en geluiden van de jungle. Sommigen planten zijn licht giftig, en
veroorzaken bij nieuwkomers jeuk en uitslag bij aanraking.
Een kort verblijf in de buurt van deze planten zal ervoor zorgen dat je lichaam
snel een vorm van immuniteit ontwikkeld.
Probeer het lokale voedsel onmiddellijk
bij aankomst al. Je krijgt er misschien het vliegend schijt
van maar het is beter dit te krijgen als je nog in je basecamp zit.
Medische hulp is dan nog toegankelijk, eenmaal op het terrein kun je een dokters'
visite vergeten. Het eten van het lokale voedsel heeft het
voordeel dat je lichaam sneller aanpast aan het klimaat dan wanneer je je eigen
meegebracht astronautenvoedingspakketten naar binnen duwt. De Malaysische gidsen zeiden dat hun
"spicy food" ervoor zorgt dat je lichaam op gelijke temperatuur komt
met de omgeving.
Meer wetenschappelijker is dat kruiden en specerijen de risico op voedselbederf
en parasitiale infecties tegengaan.
Ze zijn als het ware natuurlijke antibiotica. Maar overdrijf nooit in uw avontuur, eten uit
een riool is niet nodig, laat staan "cool".
Bekijk het ontdekken van de lokale quisine
als een aangenaam bonus aan je reis.
Als je toch ginderachter bent, geniet van de
cultuur! Tevens het nuttigen van maaltijden, brengt je
dichter in contact met de plaatselijke bevolking.
Zij appreciëren het als je hen en hun levenswijze op die manier respecteert.
Daar je in hun achtertuin gaat rondlopen, kun je zo veel nuttige dingen van hen
opsteken.
3. Jungle trekking
"Take it slow, you can’t
outrun the forest anyway." "The jungle is neutral; It's you who makes the environment hostile or
friendly." Mohamed RAZALI,
teamleader UBAT
Kweek een degelijke mentale ingesteldheid,
deze komt je ook van pas in je dagelijks leven!
Denk eraan: je bent de
buitenstaander hier, de jungle
heeft er reeds enkele millioenen jaren op zitten zonder jou aanwezigheid.
Het
interesseert haar geen zwier dat je leeft of sterft. Zelfs in de meest averse
omstandigheden:
Respecteer Moeder Aarde en al zijn inwoners!
3.1. Fauna - Alle diertjes groot en
klein
Het gevaar ligt eerder bij de kleine
monstertjes dan bij de grote gedrochten.
U vindt meer plezier van vliegende insecten (in het bijzonder mosquiten en
horzels), bloedzuigers (sommigen hangen onder bladeren, anderen leven op de
junglegrond), schorpioenen, spinnen, mieren... dan van olifanten en tijgers.
Van alle wezentjes die de jungle rijk is, is
het de duizendpoot die de gidsen de meeste stuipen op het lijf jaagt.
Wanneer men het verstoort, wordt de duizendpoot zeer aggressief.
De beet is zeer pijnlijk en giftig - en om het in de woorden van locals te zeggen: hospital, hospital!
3.1.1. Preventie and Voorzorg: uw
beste verdediging
Indien voorradig, gebruik een insectenwerend
middel; eentje op basis van DEET is het meest effectieve maar ook het meest
giftigste.
Wrijf het niet alleen op de blote huid, breng het ook regelmatig aan op kleding,
zoals de
pijpen van je broek.
De gidsen sproeiden zelfs met veel bravoer
industriële insecticide op armen en benen, huid en kleding.
't Werkte indrukwekkend, alles in een straal van 1 meter rond hun viel pardoes
dood.
Jammer dat dit spul op lange termijn ook de naarstige sproeiboer zal krijgen,
nog maar te zwijgen van de grotere ecologische problemen van deze dodelijke
naïviteit.
Zorg voor gepaste medicatie voor het gebied
dat je bezoekt (malaria, gele koorts ...).
Draag een knopenhemd met lange mouwen,
hoofddeksel en sjaal.
Laat de cosmetica thuis,
lieve jongens en meisjes: Franse parfum ruikt ook lekker voor de
lieve bijtbeesjes.
Was heel je lichaam regelmatig, gebruik bij
voorkeur enkel water.
Als je toch zeep wilt gebruiken, selecteer eentje die niet geparfumeerd en tevens 100% biologisch
afbreekbaar is.
Controleer eerst je zitplaats vooraleer je
kont neer te placeren.
De jungle heeft een veelvoud aan stekels, doornen, bijtende diertjes...
Draag steeds een stevige wandelstok mee;
dit om de ondergroei te controleren op ongewenste bewoners en stekeltjes, om
eerst over een gevallen boom te plaatsen vooraleer je erover stapt (slangen
kunnen eronder schuilhouden en je in paniek bijten), om de grond vrij te maken
van takken en bladeren vooraleer je neer te zetten (controle op schorpioenen,
duizendpoten...).
Gebruik de stok verstandig; loopt er niet
overal mee op te kloppen als een losgeslagen gek.
Kijk waar je de stok tegenaan slaat, horzels kunnen een nest gemaakt hebben in een
boomstronk, door erop te kloppen, maakt je hen wakker en altijd hebben zij een
vervelend ochtendhumeur.
Hoed U voor eenzame verhogingen (½ tot 1/½
m hoog
en 1/½ tot 4 m breed) gemaakt van takjes en bladeren en gelegen in het midden
van een open plek in het bos.
Dit kon wel eens een nest van een cobramoeder of de rustplaats van een wild
zwijn zijn. Cobras beschermen hun nest, dus mammie kan
wel eens in de buurt rondslidderen. Wilde zwijnen durven wel eens te chargeren
vooraleer het hazepad (zwijnepad) te kiezen.
Ook, een wild zwijn draagt teken en mijten op zich; zelfs al is de nest leeg, er
kunnen nog een paar ambetante huurders achtergebleven zijn.
Kruipende insecten zijn steeds op zoek naar
onderdak en voedsel.
En jawel, Uzelf en uw materiaal zijn uitstekende bronnen van onderdak en
voedsel.
Wees een traditionalist, kweek goede gewoonten
en herhaal ze keer op keer.
Een zeer goede gewoonte is je
teammaten, je materiaal en jezelf regelmatig te controleren.
Als je toch iets op de grond moet zetten (de
eerste keus is het ergens omhoog hangen), zorg dan ervoor dat alle zakken dicht
zijn.
Neem je het terug op, controleer de spullen grondig op ongewenste gasten;
bloedzuigers kleven vaak aan kledingstukken of rugzakken en kunnen dan later migreren
naar uw teer pelske.
Check uw bottines VÓÓR je ze aantrekt -
gebruik hiervoor een stokje en NIET je vingers!
Schorpioenen zoeken na een nachtje stappen graag een donker, waterdicht
holletje, i.e. uw botten dus.
Als je iets voelt kriebelen, houd het hoofd
koel en begin niet hysterisch in het rond te springen.
Blijf kalm en zoek naar de oorzaak van het ongemak: doornen in je hemd, een gedisoriënteerde mier in je broek, hongere bloedzuigers in je nek...
Daarna kun je rustig de indringer verwijderen
zonder jezelf nog meer ellende op je hals te halen.
Bv. insecten kunnen overhaald worden het pand
te verlaten door ze weg te wrijven in de richting dat ze aan het kruipen waren.
Als je ze tegendraads eraf veegt, dan kunnen er misschien pootjes of gifhaartjes
in je huid achterblijven. Deze wondjes kunnen op hun beurt ontsteken en voor
ergere dingen zorgen.
"A noisy jungle is a happy jungle"
M. Razali
Geroezemoes in de jungle betekent dat iedereen zijn eigen gangetje kan gaan
zonder dat er iets is dat hen verstoort.
Wordt het plots stil, dan is er iets aan de hand.
Het kunnen mensen zijn (deju, nog meer toeristen!), of roofdieren op zoek naar
prooi (en ja, U bent misschien gecatalogeerd als prooi).
3.1.2. Diertjes ontmoedigen
Geluiden en geuren schrikken dieren af; maar
dit is een mes dat aan twee kanten snijdt, ook uw jachtwild blijft niet langer
rondhangen.
VUUR: Een vuurtje bouwen is altijd een goede
afschrikker.
! Wees steeds
voorzichtig met vuur in het bos. Voor je het weet staat alles in de fik,
inclusief je enige uitweg !
Indien voorhanden is rubber uitstekend te
benutten (in uiterste noodzaak kun je de zolen van je schoenen gebruiken).
De stank houdt beesjes, groot en klein, op een afstand; het is geschikt voor
mosquitos tot tijgers.
Een tweede voordeel is dat het een dikke
zwarte rook geeft. Zwarte rook trekt altijd de aandacht van SAR (search and
rescue) teams omdat natuurlijk materialen enkel branden met een witte rook.
Zwarte rook in de jungle is dus altijd door mensen gemaakt.
Rook houdt insecten op afstand, laat het vuur
gans de nacht smeulen.
Een maximaal effect krijg je door er de schillen van citrusvruchten op te
gooien, een natte stomp erop te leggen of er damar (hars van de merantiboom)
erover te strooien.
AFVAL In 't kort: loopt niet te smossen als een
ouwe slons!
Veel ellende kan vermeden worden door een
paar goede gewoontes te hanteren:
- Schijt niet naast uw patatten of m.a.w. maak de latrine voldoende ver van uw kamp.
- Onderhoud goede hygiëne.
-
Was uw kookgerei, kleding en lichaam regelmatig en grondig.
- Draag afval mee in een gesloten zak.
Blikken dozen kunnen goed gereiningd worden door ze een nachtje in het vuur te
laten liggen.
METAAL GELUIDEN Alle metaal geluiden, zoals het rammelen met
gammellen, zijn te stresserend voor groter wild.
De onnatuurlijke klanken verjagen hen onmiddellijk.
3.1.3. Trouble shooting: komt de stront te
hoog, probeer dit
HORZELS Mocht je ondanks mijn goede waarschuwingen
toch op een horzels' nest blunderen (en deze kunnen zich bevinden naar gelang de
soort in een boom, doodhout of ondergronds), dan is het vrijwel zeker dat deze
lieverds hun nest gaan verdedigen.
Horzels zijn zeer goed georganiseerd, terwijl
één groep je direct aanvalt, zal de hoofdmacht hoogte winnen en je bewegingen
gadeslaan.
Weer je de eerste golf af, dan zal er een tweede aanval volgen. Het beste is dat je je hoed of sjaal (aha,
daarvoor kunnen deze ook dienen) in de richting van de aanvallers gooit.
Initieel zullen zij dit als een nieuwe aanvaller interpreteren en deze dus
attackeren.
Dit geeft je de tijd om te vluchten, natuurlijk in de tegenovergestelde richting
van de horzels.
Blijf weg van open ruimten, loop door het
kreupelhout; horzels stoppen de aanval als ze gehinderd worden door bladeren en
takken.
Je hoeft geen kilometers te rennen, zorg voor
wat afstand en hou je schuil onder bosjes.
Kijk de kat uit de boom (of liever de horzels
uit de lucht) en als de lucht klaar is, ga dan in een wijde boog om de plaats
van onheil.
Probeer niet te veel materiaal te verliezen,
anders moet je terug in de gevarenzone om alles op te halen.
Het wegrennen brengt wel incintrieke gevaren
met zich mee: je kunt je ernstig snijden aan bladeren, takken en doornen, al
lopende uitglijden en bezeren, nog niet te spreken van het trappen op de slangendingen in de
buurt.
Evenwel, horzels kunnen in tegenstellen tot bevoorbeeld bijen, je meerdere malen
steken en elke steek doet immens pijn.
Meervoudige steken kunnen fataal zijn!!!
BLOEDZUIGERS (zoiets als advocaten en politici?) Controleer de donkere, warme, vochtige
plaatsen van je lichaam op bloedzuigers. Deze weet je wel te vinden zeker? Hun beet is niet pijnlijk en je zult hen dan
ook niet voelen tot het te laat is - help ik bloed dood!
Je verwijdert ze het beste door ze met je
speeksel te bedekken en ze dan zachtjes eraf te trekken.
Er zout op strooien helpt ook, maar het verspillen van voedingswaar is niet echt
aan de orde in een survivalsituatie.
Verzorg de wond goed, deze bloed namelijk
hevig.
Leer van de lokale bevolking welke planten het bloeden stelpen.
Je zult snel van hen leren dat voor elk euvel de jungle een remedie binnen
handbereik heeft.
Veel bloedzuigers op je lichaam kunnen een
aanzienlijke hoeveelheid bloed opnemen, dit samen met eventuele onstekingen van
de wonden, kan maken dat je op den lange duur verzwakt.
OLIFANTEN (joggende dikhuiden) In Azië leven de olifanten in de jungle en
niet in open savannes zoals in Afrika.
Zelfs met hun afmetingen zul je hen niet eens
bemerken in de brush.
Het zijn zachtmoedige wezen; enkel als er jonge dieren in de kudde zijn, kunnen
ze licht geïrriteerd zijn.
Mocht je ooit de pech hebben voorloper te
zijn in een olifantenkoers, probeer dan parallel een heuvel te lopen.
Olifanten kunnen hun evenwicht niet behouden op oneven grond. Ze stoppen liever
dan omver te vallen en zich alzo belachelijk te maken.
Ze kunnen en zullen sneller lopen dan U,
zelfs bergopwaarts!
Bergafwaarts gebruiken zij de volgende techniek, ze trekken hun voorste poten in
en gebruiken hun gewicht om naar beneden te glijden.
Het heeft geen nut door het struikgewas te
liggen crossen, dat trappelen ze plat, tegelijkertijd met kleine bomen en
langelaatst Uzelf.
Oog in oog met een Langneus, hou je best zijn
oren in de gaten:
Wanneer hij zijn oren nerveus opent en weer sluit, uit hij hiermee zijn
ongenoegen - tijd voor het voorzichtig (!) af te bollen.
Houd hij plots zijn oren plat tegen zijn hoofd, dan is een aanval imminent -
wegwezen!
SSSSSSSSLANGEN Giftige slangen zijn meestal nocturne dieren,
i.e. zij zijn actief 's nachts.
In tegenstelling tot populaire gedachten, is de kans dat je ze tegenkomt eerder
klein.
Ze zullen er van hun kant alles aan doen om je uit de weg te blijven en door hun
goede schutkleuren vallen ze niet echt op.
Vooral 's morgensvroeg moet je je piepers
goed openhouden; de omgeving is dan flink afgekoeld en zij zijn op zoek naar een
slaapplaats.
Ze worden traag maar zijn nog klaarwakker.
Slangen vertrouwen dan het meest op hun camo om zich te verdedigen en bewegen niet totdat
je (te) dicht bent.
Merendeel van de dag slapen zij,
opgerold in een dichte bladertak of onder een gevallen boom.
Wees dus voorzichtig met een spoor te hakken,
gebruik je wandelstok om verdachte
plekken te verkennen.
Je kunt zien dat een slang slaapt doordat het
een melkkleurig membraan over de ogen heeft.
Denk eraan, het is echter voor niets nodig de moeite te doen om zo dicht bij een
slang te komen om dit fenomeen eigenhandig waar te nemen.
Ze kunnen zo hard van uwen smoel verschieten dat ze spontaan beginnen te bijten.
Lang niet alle slangen geven waarschuwingen,
maar de cobra doet dit wel door haar lichaam op te richten en hun befaamde mantel op
te blazen.
Zij kunnen tweederde van hun lichaam oprichten en als je weet dat een cobra vlot
2 à 3 meter kan worden, dan kun je wel eens letterlijk oog in oog te komen
staan met deze lieve sissertjes. De cobra communiceert met zijn mantel.
Zet hij zijn mantel uit, dan geeft hij te kennen dat hij er niet graag bij is -
tijd voor U om het af te bollen, liefst traag en zonder veel gebaren.
Opent hij de mantel en sluit hij deze onmiddellijk: hij
signaliseert dat een aanval onderweg is - wegwezen!
Hoe exotisch het ook moge zijn, zie je toch
een slang, hou altijd je afstand!
Niet alle slangen moeten direct kontact maken om gevaarlijk te zijn; er zijn slangen die gif spuiten in
plaats van het via een beet te injecteren.
Slangen kunnen de dosis van het
geïnjecteerde gif bepalen; grotere prooien krijgen meer toegediend dan de
kleintjes.
Je weet dat je door een gifslang gebeten
bent, de beet is pijnlijk en de wonde zal overvloedig bloeden - slangengif bevat
bepaalde eiwitten die verhinderen dat het bloed stolt.
Eenmaal gebeten is het kwaad
geschied, medische interventie is dan dringend nodig.
En dringende medische interventie is niet echt evident in een tropische jungle!
Wurgslangen, zoals de python, vormen geen
acuut gevaar op enkele uitzonderlijke gevallen na: de grotere exemplaren zijn liever lui dan moe en
zullen in plaats van actief te jagen, hun prooien trachten te verschalken door
een valstrik te spannen.
Ze leggen zich goed verborgen op de loer onder een gevallen boom of in een
kleine inzakking in de grond.
Een sukkelaar die op hen trapt, wordt meteen lunch. Er zijn gevallen dat mensen "per
ongeluk" door een python gedood zijn, want blijkbaar zijn wij voor hun niet meer dan oversized wilde zwijnen (?). Een geluk is wel dat ze nadat je gewurgd
heeft, de slang er niet in zal slagen je te verorberen.
Ons hoofd is namelijk smaller dan de rest van ons lichaam (allez, bij de meeste
toch) wat maakt dat de slang zich vergist in het inschatten van onze eigenlijke
breedte. Als ze een prooi inslikken, beginnen ze bij het hoofd, wat nog vlot naarbinnen glijdt, maar
ze blijven dan steken
aan de schoulders.
Uiteindelijk zal uw wraak zoet zijn, ze sterft langzaam met uw hoofd in haar
bek. Behandel deze dieren, zoals alle dieren, met
het nodige respect; ze kunnen potentieel gevaarlijk zijn.
Sommige Malaysische jungle stammen (o.m. de
beruchte koppensnellers, de Iban) hebben initiatierituelen waar een jongen
vooraleer hij man kan worden, zijn vader in het woud moet volgen om een grote
wurgslang te vinden, deze te vangen en vervolgens te doden.
En gij maar zagen over uw ongelukkige jeugd!
De gidsen zeiden dat de beste manier om een
wurgslang de baas te kunnen, is in het uiteinde van zijn staart te bijten;
zij zijn te sterk om je met kracht van hen te ontdoen.
Zij zweren dat dit echt werkt, maar ik ben niet van plan dit in de praktijk te
gaan testen.
TIJGERS (kleine, lieve poesjes
met grote tandjes) Normaal blijven zij uit de buurt van mensen
tenzij ze te oud worden, ziek zijn of te zwaar gekwetst zijn om nog prooien te
vangen; dan komen zij dichter bij 'gemakkelijkere voedsel'. Een tijger zal, als het niet vertrouwd is met
een prooi, deze gedurende enkele dagen observeren vooraleer te beslissen hoe en
wanneer aan te vallen.
Dit maakt dat de trekker niet echt een doelwit vormt; lokale bevolking met een
vast patroon daarentegen schaft dan weer wel vlees in de pot. Als er dan per uitzondering toch een
menseneter gesignaliseert wordt, dan zal de plaatselijke bevolking er alles aan
doen om deze te doden.
De kans is namelijk groot dat de tijger zich blijft voeden met deze vlot te
krijgen bron van proteïnen.
3.2. Flora
De jungle kent een veelvoud aan planten en ze
kunnen elke behoefte bevredigen: voedsel - water - medicijnen - shelter - vuur. Echter, je moet beschikken over een pratische
basiskennis om goed te kunnen overleven.
Het meeste van de tropische fruitsoorten
worden commercieel geteeld en zijn niet in de jungle zelf te vinden.
Lokale boeren hebben soms wel wat kleine plantages met herkenbare eetbare
vruchten aan de rand van het woud.
CITRUSVRUCHTEN - (citroen,
limoen, appelsien, zuurpruim?) De verse schil van citrusvruchten kan je
gebruiken om je huid te reiningen en te verfrissen.
Het heeft ook een goede insectwerende werking, zij het maar tijdelijk, zweet
verwijdert de etherische oliën vrij snel.
Ze zijn een uitstekende bron van voedsel,
maar mogen enkel met mate genuttig worden.
Als je bv. uitgedroogd of ondervoed bent, krijg je bij een te grote inname
diarree.
Rottend fruit trekken insecten aan zoals
wespen.
Wees voorzichtig bij het verzamelingen van de vruchten.
KOKOSNOTEN Het vlees is eetbaar en de jonge (groene)
noot bevat veel drinkbaar water.
Let op, het is wel licht laxerend.
Om een kokosnoot los te wrikken van de stam
is hard werk.
Begin er enkel aan als je het fysiek nog aan kunt.
Gebruik een lange bamboostam, aan één kant
aangescherpt, om de noten los te wrikken.
Hou het goed in de gaten, als een vallende
noot verbinding maakt met je schedel, is het jouw schedel die als eerste zal
kraken.
BAMBOO In de jungle tiert bamboo weelderig en het
kan voor een brede waaier van zaken gebruikt worden.
Pas goed op bij het vellen van bamboo.
De stammen groeien door elkander en zijn meermaals verstrengeld, waardoor ze
onder spanning komen te staan.
Bij het hakken, kan een stam plots versplinteren en naar je lichaam uithalen.
Deze scherpe uiteinden kunnen je vlotjes spiesen.
Kleine zwarte haartjes zijn soms aanwezig
onderaan de stam.
Zij veroorzaken een jeukende uitslag, zoals jeukpoeder. Ongevaarlijk maar
verschrikkend vervelend.
Vooraleer te hakken, verwijder je ze best.
Gebeurt het toch dat je deze haartjes op je lichaam krijgt, spoel ze af met
stromend water. Ze proberen af te vegen, verergert de zaak.
Sommige soorten bamboo slaan drinkbaar water
op in hun segmenten.
Schud met de stam om te horen dat er water inzit, maak een inkeping en met een
jonge bambooscheut zuig je het water eruit.
Als het water slecht ruikt of zie je zwarte schimmelsporen op de plant, blijf
eraf.
Je kunt de volle segmenten intact er
tussenuit halen en zo het water transporteren.
Dit water dient wel binnen de 24 uur geconsumeert te worden, het wordt snel
slecht.
Jonge scheuten kan je rauw of gekookt
eten en smaken wat naar asperges.
Dode bamboo, in kleine stripjes, brandt zeer
goed, zelfs als het vochtig is.
Gereedschap maken van bamboo: Selecteer de bamboo die niet splijt wanneer
het droogt:
Zoek daarom naar groene bamboo, die geen bladeren heeft aan zijn segmenten en
waarvan de buitenste bast vlot van de stam kan geschraapt worden.
Daaronder komt een beige kleur van hout naar te voren. Goede bamboo toont donkere stippen in het
lichtkleurige, stevig hout.
Ongeschikt jonge bamboo heeft witkleurig, zacht hout.
Drinkbeker en bord Een drinkbeker of langwerpig bord maak door
een segment half of overlangs door te hakken.
Watercontainer Een grote watercontainer is ook nog haalbaar
om snel te maken. Selecteer een compleet en waterdicht segment
waarvan de tussenjoints nog intact zijn (controleer op zelfs de kleinste
gaten!). Aan de onderkant van de container laat je
ongeveer 2 à 3 cm hout te meten van de joint.
Aan de bovenkant maak je een schuine zijde, te meten 2 cm aan een kant,
uitlopend naar 7 cm van de joint. In de bovenste joint maak je een drinkgaatje
van 1 cm.
Het gaatje kan men later dichten met een breed blad. Finaal, schuur je de buitenkant met zand om
splinters te verwijderen.
Ook belangrijk, was de binnenkant grondig door er water, zand en kleine
steentjes in te plaatsen en er goed mee te schudden. Dit maakt de pulp, die aan
de binnenkomt zit, los.
Blijft dit herhalen tot er geen pulp meer uitkomt. Maak er
ineens een draagriem voor, dit verlicht het
dragen op het terrein.
Kookpot Selecteer een waterdicht segment van 10 cm
doormeter en 50 cm hoog.
Laat de onderste joint intact en maak de bovenkant volledig open. Vul half de bamboopot met in bv.
bananenbladeren gehuld voedsel (rijst, vlees...) en vul aan met water.
Plaats de pot rechtopstaand tegen het vuur aan.
Het duurt wel een tijdje vooraleer het water begint te stomen, dus maak je
ondertussen nuttig met andere taken te verrichten.
Bouwmateriaal Bamboo is tevens een universeel
bouwmateriaal, licht en soepel maar toch zeer sterk.
Je kunt er shelters mee bouwen, tafels en stoelen sjorren...
Je bent enkel beperkt door je eigen verbeelding.
LIANEN (de dingen waar
Tarzan aan zwiert) Afhankelijk van de soort heeft elke liaan
zijn eigen nut.
Water De Malaysische jungle biedt twee soorten
"drinklianen" aan. De ene heeft een ruwe roodkleurige bast.
De ander is herkenbaar aan de gladde bast met zwarte haken (om zich vast te
haken aan bomen). Beide groeien in overvloed en met een beetje
oefening leer je deze soorten snel herkennen. Om het goed drinkbaar water te oogsten, kies
je best een liaan met een dikte van een vuist.
Hak ze in stukken van 1 meter lengte, het water sijpelt er onmiddellijk uit.
Belangrijk te onthouden is dat de eerste snede zo hoog mogelijk dient te
gebeuren. Dit moet zo omdat de lianen bij beschadiging het aanwezige water naar
hun bovenste delen stuwen. Verspil geen tijd, wees voorbereid als je
begint met hakken; zorg dat je ofwel onmiddellijk kunt drinken of hou een
opvangcontainer binnen handbereik. Als de stroom ophoudt te vloeien, kun je nog
enkele inkepingen in de bast maken. Zo wordt ook het laatste water eruit
geperst.
Touw Sommigen lianen zijn dan weer goed voor het
snel maken van stevige touwen. Deze bruin tot beige gekleurde liaan is vrij
makkelijk te herkennen, ze ziet er namelijk uit als een bundel dikke touwen. Maak een inkeping en strip een van
"touwen" los.
Klink gemakkelijker dan gedaan, het is hard werk om een degelijk stuk liaan vrij
te krijgen. Vervolgens dien je de strip zacht te maken
door deze over een tak of boomstronk te leggen en erop te kloppen met de botte kant van je machete of
met een stuk hout.
De vezels komen los en die kun je dan draaien tot een bruikbaar stuk touw.
Doe dit onmiddellijk want als de vezels beginnen te drogen wordt het moeilijker
om ze te manipuleren.
PALMBOMEN (bomen waar bier
uit komt?) Palmbomen groeien er weelderig en zijn er in
alle maten.
Palmbladeren bieden een waaier aan
mogelijkheden:
Als dakbedekking voor je shelter, gevlochten tot slaapmatten, droge bladeren
zijn ideaal om een vuurtje te bouwen...
Palmbomen hebben ook eetbare delen
(lekkere palmharten) maar ik
vindt dat de opbrengst niet in verhouding is met de moeite die het kost.
Kijk wel uit uw piepers! Alle soorten palm
hebben doornen en ze weten ze te gebruiken.
3.3. Navigatie
Als je je weg wil vinden, is de jungle
genadeloos; visuele orientatie is virtueel onbestaand.
De kanopee (bladerdak) laat geen zicht op zon of sterren toe en een goed azimuth schieten is
moeilijk daar de horizon slechts 25 meter ver is.
Probeer het terrein te volgen, vooral stromen
en riviertjes. Een woord van waarschuwing,
kleine onschuldige beekjes kunnen vrij snel transformeren tot razende stromen
als het begint te regenen!
Een beetje hulp krijg je van lianen:
Vindt de wortel van de liaan en volg het tot zijn eerste krul rond de boom.
Plaats de tip van je linkse voet tegen de wortel en de tip van je rechtse voet
wijzend naar de eerste krul, je kijkt nu naar het westen.
3.4. Trail blazing
In een ideale situatie hebben alle teamleden
een machete ter beschikking; dit maakt jungle survival een pak gemakkelijker.
Bent je alleen en heb je geen machete of mes, wel "good luck" dan.
Vorderen door het secondaire bos is het
lastigst; de zon bereikt de junglevloer en de flora groeit er uitbundig.
Het is er heter en vochtige dan in het primaire bos.
In de echte jungle is het veel koeler omdat
de kanopee het zonlicht tegenhoud. Je hebt ook een pak minder dichte vegetatie
om mee af te rekenen.
Om een doorgang te kappen, hak je het beste
tegen een hoek van 45° door de zachte planten (palm, gras...).
Hou je niet bezig met takken of bomen om te hakken, als je het obstakel niet met
1 slag kunt verwijderen, ga er rond.
Gebruik bewuste, vloeiende bewegingen -
zo conserveer je uw energie. Weet waar je lemmet gaat eindigen vooraleer
je ermee zwaait.
Hou je koppeke erbij: of het nu een banenenboom is of je been, de machete maalt er niet om!
In groep is de eerste man of vrouw die het te
volgen traject bepaalt.
Denk na voor je iets onderneemt, kies te reizen over een heuvelrug en niet berg
op en af te klauteren, ga voor de weg met de minste vegetatie om door te hakken,
hoed U voor gevaar van dieren (slangen, horzels...)...
De tweede man of vrouw verbreedt het pad:
neerhakken van scherpe bamboopunten, verwijderen van doornen, scherp gras... De derde in rij markeert het pad voor de rest
van de groep die volgt.
Hij/zij blokkeert ook de passage die mogelijk achterblijvers of SAR teams kunnen
in verwarring brengen.
Dit is cruciaal om wrevel en tijdverlies te vermijden.
Roteer deze drie leden regelmatig: een pad
maken is zeer vermoeiend.
Het pad dient regelmatig gemarkeerd te worden
door bv. 3 inkepingen op bomen langs de route te maken, kleine bomen af te
knakken in de looprichting, pijlvormige bladeren op het pad te leggen...
Wil je dat je signalisatie een optimaal
effect heeft, wees dan consequent in de gebruikte methode van markeren.
Verwissel niet keer of keer van teken (begin je met inkepingen, blijf dan bij
inkepingen maken) en maak de tekens telkens aan dezelfde kant van het pad (niet
dan eens links, dan weer rechts).
Laat voldoende tekens achter, dit zal de
mensen die achterop lopen of je volgen veel ellende besparen.
Blokkeren van mogelijk alternatieve routes
doe je door ze te barreren met twee gekruiste stokken.
Ten allen tijden blijft de hoofdgroep alert
naar bruikbaar materiaal - voedsel, water, brandhout, touwmateriaal, medicinale
planten... - en vooral naar geschikte plaatsen voor het bouwen van shelters (denk
eraan, de nacht komt sneller dan je denkt). Ze moeten zoveel mogelijk bruikbaar materiaal
verzamelen, je weet nooit wat er morgen kan gebeuren.
Neem regelmatige stops:
10 - 15 minuten vorderen, dan 5 minuten break.
Bij elke stop controleert men of iedereen er nog is en inspecteer je het
materiaal.
Algemene regels bij het vorderen in groep: - Het zwakste lid bepaalt het tempo.
- Volg altijd de voorman, wijk niet af van het pad.
- Laat de sterksten de achterste gelederen in 't oog houden.
- Zorg voor goede communicatie van achter naar voor en omgekeerd. Zo verhinder je dat
(zwakkere) individuelen contact met
de groep kwijtgeraken en verloren lopen.
3.5. Tracking
Wil je een bepaald volgen, zoek dan naar de
afgesproken of duidelijk gemarkeerde tekens.
Om te vermijden dat je belangrijke
aanwijzingen plat trapt, observeer je de plek eerst grondig tot je een spoor
vindt:
Kijk eerst 1 meter ver - kijk dan 3 meter ver - kijk vervolgens 10 meter ver -
neem dan een stap.
Hou je ogen open voor ongewone uitschuifsporen in
de modder of schraapsporen op gevallen bomen.
Wees alert voor verstoorde vegetatie - e.g.
ineengevlochten grassen die in dezelfde richting wijzen, schraapsporen op bomen
van bv. rugzakken, omgedraaide bladeren op de junglevloer...
Een lawaaierige jungle is een gelukkige
jungle.
Stilte betekent dat er iets "groot" voorbij gekomen is.
Omdat het zonlicht niet direct op de
woudvloer valt, is het verouderen van afgebroken twijgen en takken niet zo
duidelijk merkbaar.
Hou er rekening mee als je de verlopen tijd van een beschadiging wil inschatten.
Als een plant niet erg vochtig is of geen specifieke geur meer afgeeft, dan is
het spoor oud.
Het is dan mogelijk dat er nog geen verkleuring is opgetreden en dat men het
spoor als "vers" interpreteert.
3.6. Bivakkeren
De nacht komt snel, zorg ervoor dat je een
bivak hebt voor ze de lichten uitdoen. Het wordt zeer donker en alhoewel je nog wel
iets kunt waarnemen, is de nacht niet de periode om vrolijk in het bos rond te
huppelen.
De gevaren, zoals scherpe grassen, doornen..., wegen zwaarder dan de mogelijke
opbrengsten.
Concentreer je op genoeg slaap krijgen,
ook niet evident ginder achter.
Wanneer je in bivak bent, draag zorg voor
persoonlijke hygiëne - was jezelf, kleding en schoensel.
Check je lichaam voor kleine wondjes, insectenbeten... en verzorg ze.
SHELTER Selecteer een plaats op basis van de
beschikbaarheid van materiaal (voor constructie en vuur) en de conditie van de
ondergrond (liefst een droge plaats).
Kijk ook naar boven, wind kan dode takken of
rijpe vruchten losblazen en omdat bomen meer dan 50 meter hoog kunnen worden,
zijn deze vallende objecten dodelijk.
Open plekken genieten de voorkeur boven
beschutte plaatsen omdat zij in noodgeval beter zichtbaar zijn vanuit de lucht.
Vooraleer 's nachts te bivakkeren, is het
zeer nuttig na grondige inspectie van de plaats, deze in zijn geheel plat te
branden, i.e. droge graspollen, opgehoopte bladeren, klein struikgewas... maar
doe dit wel gecontroleerd! Het is niet de bedoeling heel het
woud in lichterlaaien te zetten.
Dit zal de aanwezige viezerikken (schorpioen, mieren, duizendpoten...)
verjagen of doden en de asse zorgt ervoor dat zij de eerste 24 uur niet
terugkeren.
Zorg ervoor dat je de meest verdachte schuilplaatsen verbrand: gevallen bomen,
grasophopingen, droge bladeren...
Moeder Aarde zal er geen hinder van ondervinden en zich vrijwel onmiddellijk
herstellen.
Een geschikt lean-to-shelter, gemaakt van
palmbladeren, kan door 1 persoon in minder dan 30 minuten gemaakt worden.
Zorg ervoor dat je genoeg takken en bladeren
gebruikt zodat je shelter storm- en waterproof is.
Een tropische regenbui duurt niet lang, maar jongens wat zijn ze gewelddadig!
Ga niet direct op de klamme grond liggen maar maak
een verhoog of ten minste vlecht matten om op te liggen.
VUUR Stockeer brandhout (zoals staand dood hout,
droog gras...) in je shelter en probeer het vuur de ganse nacht te laten
smeulen.
Vuur houdt je warm - het wordt koud 's
nachts, het houdt de beestjes weg, je kunt je materiaal en kleding drogen,
en 's morgens verlies je geen tijd om terug een vuurtje op te bouwen.
Vooraleer met je gewoonlijke explosieve start
vroeg in de ochtend de dag te beginnen, controleer je eerst best op ongevraagde
huurder: slangen op je buik, zoekend naar warmte, schorpioenen in je
schoenen, een duizendpoot in je hemdzak, mieren die in je broekspijpen
marcheren...
3.7. Communicatie
Naast het markeren van je pad zijn er nog
twee belangrijke manieren van communiceren.
Rook - vooral zwarte - is een
duidelijke indicatie van je aanwezigheid.
Zoek een open plek zodat de rook niet te
veel verspreid wordt door het dichte dak van het bos.
Een tweede methode - ook veelvuldig gebruikt
door de lokale bevolking - is het slaan van de stam van de grote bomen met een
knuppel of machete.
Het geluid reist kilometers ver en als je een vast ritme houdt dan zullen SAR
teams je locatie snel gevonden hebben. Noteer wel dat geluid een bepaalde
hoofdrichting heeft, het best is om de boom in alle 4 richtingen te slaan. Als je een kloppend geluid hoort, doe je er
best aan deze te beantwoorden.
Het kunnen jagers zijn die zo te kennen geven dat de jacht open is!
Roepen is vrijwel nutteloos voor lange
afstandscommunicatie; de vegetatie smoort het geluid direct.
3.8. Drinken
Eén gouden regel:
Drink matig als je aan het stappen bent, drink voldoende als je geen
activiteiten aan het doen bent. Neem een slokje, spoel je mond en slik het
dan door.
Het binnengulzen van water zal je dorstgevoel niet aanpakken en je zult meer
drinken dan efficiënt is.
Drink genoeg maar verspil geen kostbaar
drinkwater.
Zorg ervoor dat het
water veilig om te drinken is.
Water van vegetatie (het sap of via condensatie) is steeds veilig, tenzij van
planten die wit melksap hebben.
Stinkend of troebel water is steeds te mijden!
Water kan men best een minimum van 10 minuten
laten koken of behandelen met purifeertabletten.
Onderweg gebruik je best plantenwater (lianen
of bamboo).
Water opgeslagen in containers gebruik je
best in noodgevallen en voor koken.
Indien beschikbaar zijn ORS (oral dehydration salts)
goed om elke dag in te nemen vlak voor het slapen gaan.
Zout en mineralen worden ook aangevuld door goed te eten.
4. Mentale attitude
De jungle speelt een duivels spel met je
geest. Om te beginnen laat je alle populaire ideën
over wat een jungle is thuis; de Hollywood versie van een jungle is een grap en
je hebt geen nut aan vooroordelen om mee te beginnen: de zaken zijn er niet slecht of niet goed.
Je zult jezelf mentaal moeten wapenen of je verliest er je verstand - dit doe je best alvorens je vertrekt.
De dagelijkse ongemakken zoals het zweten,
het vochtig klimaat, de insecten, het disorientatiegevoel, de uitputting...
tesamen met onvertrouwde geluiden (het als een sirene loeien van gibbons 's
morgens vroeg bij dageraad) en de nieuwe vreemde geuren zullen vroeger of later
in je kleren kruipen. Daarom is mentale discipline van belang; voel
je iets jeuken of op je lijf kruipen, blijf kalm en controleer wat er aan de
hand is.
Lopen te gieren als een gek en spastisch in het rond slaan omdat een kevertje je
schoulder uitkoos om een pitsstop te maken, lost niks op. Beetje bij beetje zal een negatieve
ingesteldheid je vernielen.
Respecteer de jungle en haar inwoners...
misschien minder de bloedzuiger - de vuile beesten!
Het belangrijkste te onthouden is dat de
jungle neutraal is, jij bent diegene die de plek vriendelijk of vijandig maakt.
5. Slotbeschouwing
Voor ik het vergeet, 't is er plezant,
probeer U zelve te amuseren.
Mocht U interesse in een jungle survival
cursus of een jungle trekking hebben of gewoonweg wat meer info over dit
onderwerp hebben laat ons een
e-mailtje.
|